Laten we eerlijk zijn: de meeste lekkere dingen zijn niet gezond. En de meeste gezonde dingen worden niet direct geassocieerd met lekker. Dat is eigenlijk best vreemd als je er even over nadenkt. Waarom heeft de natuur dat niet precies omgekeerd geregeld? Wat blijkt, de natuur heeft het best goed geregeld alleen zijn we de weg een beetje kwijtgeraakt. De redenen waarom we juist ongezond eten lekker zijn vinden vind je terug in de evolutie en, heel letterlijk, in je mond.
Evolutionair geprogrammeerd om ongezond eten lekker te vinden
Als je gezond(er) wilt leven dan hoort gezond eten daar bij. Ondanks dat je best lang kan discussiëren over de details van wat gezond eten is (je kan er zelfs een hele website over maken 😊), is er redelijke overeenstemming over wat ongezond eten is. Begrijp me niet verkeerd, af en toe eens wat ongezonds in je mond stoppen is echt geen ramp. De ellende is dat het daar vaak niet bij blijft want het smaakt letterlijk naar meer.
Er zijn mensen die 1 koekje kunnen eten of 1 stukje chocola en het daar dan bij laten. No problem. Het lijkt me heerlijk als je zo in elkaar zit! Maar in alle jaren dat ik mensen help met het aanpassen van hun voeding, is de grootste groep toch degenen bij wie 1 koekje er altijd meer worden. In het gunstige geval 2 of 3, maar niet zelden gaat het halve of hele pak op. En jawel, ik hoor ook bij die laatste groep. Maar wat nou gek is, bij worteltjes heb ik dat veel minder…
Dit alles komt doordat we diep in onze hersenen voorgeprogrammeerd zijn om bepaalde dingen zo lekker te vinden dat we er maar van blijven eten. Je verwacht misschien niet dat oude evolutionaire voordelen werkelijk nog zo’n grote rol in ons huidige eetgedrag spelen. Maar het is wel zo.
Voorbereiden op schaarste
Tegenwoordig koop je gewoon een pak koekjes als je daar zin in hebt. Maar toen we nog in ons berenvelletje rondliepen was dat natuurlijk andere koek (haha!) Hele, hele lange tijd waren honger en dorst een zeer reëel risico op een vroegtijdig einde. Dan heb je het, zelfs in het meest bescheiden geval, echt minstens over tienduizenden jaren.(1)
Honger, verzadiging en beloning zijn hele complexe systemen, maar horen in de basis bij de hersensystemen die diep in het onbewuste deel van de hersenen zitten. De hypothalamus speelt hierin een centrale rol.(2) Deze systemen worden gestuurd door een drang om te overleven in schaarste. Oftewel: áls er voedsel voor handen is, dan kan je er maar beter goed van eten!
Voedsel is via verzadiging en activatie van het dopaminesysteem ook gelinkt aan een beloningsgevoel.(3, 4): eten geeft je een goed gevoel want als je eten in je buik hebt, dan ben je (in ieder geval eventjes) veilig.
Zonder dat we ons bewust waren van bovenstaande dingen, zijn er vervolgens in de afgelopen paar decennia een paar dingen gebeurd. Zeker sinds de Tweede Wereldoorlog is er veel veranderd in het voedselaanbod. De welvaart steeg, de techniek ging met sprongen vooruit en de voedselindustrie ging vooral aan de gang met dingen maken die goed verkochten.
Evolutionaire kijk o
Hoe beter we iets op kunnen slaan als vetreserves voor de toekomst, hoe lekkerder we het vinden!
Vet levert de meeste energie, dus vet eten dat vinden we lekker.
Fruit en honing waren lange tijd het enige zoete eten wat bestond. Het meeste fruit is rijp in de zomer en het begin van de herfst: tijd om er véél van te eten en vetreserves op te slaan als voorbereiding op de winter. Losse fruitsuiker doet nauwelijks iets voor het gevoel van verzadiging: daar kan je maar van door blijven eten en drinken. Super handig (in de prehistorie).
Super interessant is dat er een specifieke verhouding tussen vet en suiker bestaat waardoor we geen verzadigingssignaal meer krijgen. Dooreten maar!
Zout is voor ons lichaam van essentieel belang: alle cellen zijn ‘zakjes met zout water’. Maar toen we nog in ons berenvelletje rondliepen, lag het zout niet overal voor het oprapen. Ook hier dus een voorgeprogrammeerd belang om zout lekker te vinden.
Wat blijkt: door afwisseling in kleuren en knapperigheid gaan we meer eten. Verandering van spijs, doet werkelijk eten. En meer eten, betekent meer voorraad voor als het weer even tegen zit.
Troostvoeding
Iets lekker vinden betekent eigenlijk dat er in de hersenen een beloningssignaal wordt afgegeven. We hebben daar de stoffen endorfine en dopamine voor. Endorfine wordt ook wel het gelukshormoon genoemd. Het is een belangrijke stressremmer en geeft een gevoel van rust, tevredenheid en veiligheid.(4) De vertaling is: ‘oe, lekker, daar lust ik wel meer van’. Het hele idee is dat we dingen lekker vinden die ons hielpen om te overleven.
De focus op overdaad en lekker eten is dus heel goed te begrijpen vanuit evolutionair oogpunt. Alleen snijden we onszelf er tegenwoordig mee in de vingers. Ten eerste is er geen schaarste meer, dus we blijven maar vetreserves bijbouwen en bijbouwen zonder tijd om ze te verbranden. Maar ten tweede is ons beloningssysteem compleet overprikkeld door alle suiker, zout en intense smaken. Je went er aan. De enige oplossing om dingen dan nog lekker te vinden is…. Nog meer suiker, zout en intense smaken… Tsja, daar kan een wortel of een appel gewoon niet tegenop.
Lekker verkoopt goed
Het lijkt me duidelijk: lekker boost de verkoop. Daar maken voedingsmiddelen bedrijven natuurlijk gebruik van. De meest ingenieuze voedingsmiddelen in de supermarkt zijn speciaal ontworpen omdat het lekker is en je er maar van door blijft eten.
Denk aan M&M’s: kleurrijk, vet, zoet en knapperig. Borrelnootjes: kleurrijk, vet, zout en knapperig. Oh, en met als extra bonus smaakversterker om je laatste restje wilskracht om zeep te helpen. Vanille-caramel roomijs met stukjes noot of koek: meerdere kleuren, vet, zoet, knapperig. Toastjes met Franse kaas…. Vet, zout, knapperig en romig. Need I say more?
Loopt het water je al in de mond? 😉
Gewenning van de smaakpapillen
Komen we bij de tweede reden waarom ongezonde dingen minder lekker lijken. Dat gaat om de gewenning van de smaakpapillen.
Je smaakpapillen worden ongevoeliger
Zo ongeveer 1 keer in de 10 dagen worden de smaakpapillen in je mond vernieuwd. Ze passen zich steeds een beetje aan, aan wat je eet. Als je gewend bent om pittig te eten, dan worden de smaakpapillen daar met de tijd steeds ongevoeliger voor en heb je meer sambal nodig om dezelfde mate van pittigheid te ervaren. Dit geld ook voor zout en suiker en eigenlijk alle smaken.
We hebben steeds sterkere prikkels nodig om smaak te ervaren
Door de connectie van smaak met het beloningssysteem, krijg je pas de sensatie van ‘lekker’ als er voldoende smaak ervaren wordt. Zo krijg je met de tijd een voorkeur voor dingen die flink zoet of flink zout zijn. En dit zijn eigenlijk altijd de bewerkte voedingsmiddelen. De trend om aan zoute, bewerkte voedingsmiddelen tegenwoordig bijna altijd smaakversterker toe te voegen werkt het hele proces extra in de hand.
We weten niet meer wat de natuurlijke smaken zijn
In de natuur komt zo veel zout en zoet nauwelijks voor. Daardoor worden gezonde, meestal pure en natuurlijke voedingsmiddelen als minder lekker ervaren ALS je je smaakpapillen overladen hebt met bewerkte voedingsmiddelen. Dit gebeurt al snel want het merendeel van de voedingsmiddelen in de supermarkt is bewerkt.
Omgekeerd geldt dit proces ook: als je gewend bent om puur en onbewerkt te eten, dan smaken de meeste bewerkte voedingsmiddelen veel te zout, te zoet of te chemisch. Niet lekker! Dit is dan ook het mechanisme om te gebruiken als je omschakelt naar pure en onbewerkte voeding.
Praktische tips om gezond weer lekker te vinden
Als je gezonde dingen niet zo lekker vindt en je het daardoor niet volhoudt om gezonder te eten, doe het dan geleidelijk. Ook als je je kinderen gezonder wilt laten eten is dit de beste strategie.
Schakel bijvoorbeeld over van frisdrank naar aanmaaklimonade en maak de limonade elke week een beetje minder zoet. Net zo lang totdat je gewoon water prima vind om te drinken.
Stap over van kant-en-klaar sausjes en kruidenmixen naar pure kruiden en doe er zelf zout bij naar smaak. Koken met kruiden is een kunst, maar bijvoorbeeld met de kruidenmixen van Jonnie Boer heb je veel keus aan pure kruiden. Ook hier bouw je dan stap voor stap het zout af.
Check wat je koopt op de aanwezigheid van smaakversterker: vetsin, gistextract, E621 t/m E624, alle glutamaat soorten (bijvoorbeeld natrium(mono)glutamaat). Zit het er in, kies dan waar mogelijk een ander product of ander merk.
Cold turkey kan ook: na 10 dagen is je smaak al veranderd en is ongezond eten al niet meer zo lekker als eerst.
EINDE
Nu alleen je gewoontes nog, maar dat is een ander artikel 😉
Overzicht vermelde referenties in artikel
1) Alt, K. W., Al-Ahmad, A., & Woelber, J. P. (2022). Nutrition and Health in Human Evolution-Past to Present. Nutrients, 14(17), 3594. https://doi.org/10.3390/nu14173594
2) Sanchez Jimenez, J. G., & De Jesus, O. (2023). Hypothalamic Dysfunction. In StatPearls. StatPearls Publishing.
3) Volkow, N. D., Wang, G. J., Maynard, L., Jayne, M., Fowler, J. S., Zhu, W., Logan, J., Gatley, S. J., Ding, Y. S., Wong, C., & Pappas, N. (2003). Brain dopamine is associated with eating behaviors in humans. The International journal of eating disorders, 33(2), 136–142. https://doi.org/10.1002/eat.10118
4) Het endorfine herstelplan, Intergrale epigenetica in de praktijk, Lucas Flamend
